Laden Evenementen
Event | woensdag 10 feb 20:00 - 22:00

Letterij 2010

Tickets

Onderstaand nummer bevat de tickets voor dit evenement in je winkelwagen. Klik op "Koop Tickets" om bestaande deelnemersinformatie aan te passen en de hoeveelheid tickets aan te passen.
Letterij 2010
0,00
Onbeperkt

Mondiaal Literair is een samenwerking tussen MCH en Uitgeverij In de Knipscheer en komt dankzij vrijwilligers zonder subsidie tot stand. De maandelijkse schrijversavonden van Mondiaal Literair worden thematisch samengesteld, zoveel mogelijk naar aanleiding van recent bij Nederlandse uitgeverijen verschenen of te verschijnen boeken, die inhoudelijk de vaderlandse grens overschrijden. Centraal staat het interview met de auteurs, soms in een gezamenlijk gesprek, soms na elkaar. Uiteraard lezen een of meer schrijvers kort uit eigen werk. Uitgever Franc Knipscheer is de host van de avond. De interviews worden gehouden door Peter de Rijk.

De naam Mondiaal Literair is in 2012 veranderd in Letterij. In 2010 ging de avond op 10 februari over Suriname, 24 maart Turkije in de hoofdrol, in mei organiseerden we een Azië festival, 22 september was het thema Waanzinnen in het kader van Madness & Arts Festival, 27 oktober Eilandgevoel en op 24 november een avond over Rusland.

 

10 februari 2010: Suriname – HINDOSTAANSE SCHRIJVERS DOORBREKEN TABOES MET ORCHIDA BACHNOE, MALA KISHOENDAJAL, USHA MARHÉ EN RAJ MOHAN 

In Mondiaal Literair, de spraakmakende talkshow met schrijvers, voelt Peter de Rijk op 10 februari de Hindostaanse schrijvers Orchida Bachnoe, Mala Kishoendajal, Usha Marhé en Raj Mohan aan de tand over de taboes in de Surinaamse literatuur. In een slotgesprek geeft socioloog en schrijver Dr. Chan E.S. Choenni commentaar op de besproken thema’s als eenzaamheid, incest en zelfmoord.  Halverwege het programma vertoning van een korte documentaire over de nestor van de Hindostaans-Surinaamse poëzie Shrinivasi.

Orchida Bachnoe is de achterkleindochter van Munschi Rahman Khan die als enige emigrant zijn migratie vanuit India naar Suriname heeft opgetekend. Ze studeerde in Nederland Arabische taal- en letterkunde en debuteerde in 2007 in de verhalenbundel Waarover we niet moeten praten. Ze werkt nu aan een boek met als voorlopige titel Azijn in mijn aderen dat in Nederland en in Mumbai speelt met als thema’s zelfmoord en transformatie.

Mala Kishoendajal debuteerde in 2001 opvallend met Dame Blanche over hoe Hindostaanse gebruiken en rituelen proberen stand te houden in een Nederlandse entourage, in 2002 gevolgd door Het Boegbeeld over een Hindostaanse BNer die van haar voetstuk valt en over een Hindostaanse huishoudster die in alle anonimiteit werkt voor de toekomst van haar kinderen. Onlangs verscheen haar eerste dichtbundel Pijn in parlando. Michiel van Kempen: «Het Hindostaanse luik waarin de lijn India -Suriname – Nederland wordt doorgetrokken, maakt indruk.»

Usha Marhé baarde opzien met Tapu sjén /Bedek je schande, een boek over Surinamers en incest, waarvan later dit jaar een herziene editie uitkomt. In 2007 verscheen van haar Dulari-De weg van mijn naam, zes verhalen over zes vrouwen die allen hun specifieke stem laten horen in een cultuur waar zwijgen tot voor kort gewoonte was. Samen vormen de verhalen een ode aan de veerkracht van vrouwen in het algemeen. Biblion:  «Een fraai debuut, waarvan de volgroeide vertelstijl respect afdwingt.»

Raj Mohan maakte naam als componist en muzikant van traditionele Indiase muziekstijlen met zijn bands Vistar en Shai’rana, maar verwerkt deze invloeden ook met eigentijdse, westerse muziekvormen in zijn Raj Mohan’s Popband. Hij is de eerste singer-songwriter die een album uitbracht in het Sarnami, de moedertaal van de Surinaamse Hindostanen:  Kantráki ofwel Contractarbeider. Deze cd stond ook aan de basis van zijn eerste dichtbundel Bapauti / Erfenis uit 2008, in de pers verwelkomd als «een aanwinst voor de Surinaams-Hindostaanse literatuur».

Van de hand van de in Haarlem woonachtige Chan Choenni verscheen in 2009 de boekuitgave Madad sahàra sahàyta- analyse en aanpak sociale problematiek onder Hindostanen in Suriname.

Korte film over Shrinivasi

Tevens vertoont Mondiaal Literair een documentaire film over Shrinivasi. Hij, inmiddels bijna 84 jaar oud, is een van de belangrijkste Surinaamse dichters en ontegenzeggelijk een inspiratiebron voor de schrijvers van deze avond.

 

24 maart 2010: Turkije – IK BLIJF. TURKSE SCHRIJFSTERS ROEREN ZICH 

MET SEVTAP BAYCILI, HÜLYA CIGDEM, EBRU UMAR EN NILGÜN YERLI.

In Mondiaal Literair, de maandelijkse talkshow met schrijvers, praat Peter de Rijk op 24 maart met cabaretière Nilgün Yerli, columniste Ebru Umar, journaliste Hülya Cigdem en filosofe Sevtap Baycili. Het is opvallend dat in de afgelopen tien, vijftien jaar met name Turks-Nederlandse schrijfsters, meer dan hun mannelijke collega’s, zich manifesteren in de literatuur én daarbuiten in het maatschappelijk debat als journalist of columnist. Halverwege het programma vertoning van een documentaire impressie over hiphop in Turkije met rapper Ceza.

Nilgün Yerli is de auteur van de autobiografie De garnalenpelster en van de gebundelde columns (vooral verschenen in Het Parool) in Turkse troel, Acht jaargetijden en Mezelf geworden. Ze kwam op haar 10de naar Nederland, ging in Haarlem naar de HEAO en woonde zo’n 25 jaar in Nederland toen ze in 2006 terugkeerde naar Turkije. Tijdelijk, want momenteel loopt in de theaters haar 5de cabaretprogramma De adem van Eva.

Hülya Cigdem is eveneens eerste generatie Turkse in Nederland. Ze was vijftien toen ze in 1991 uit Turkije naar Nederland kwam voor haar huwelijk met Ahmet. Tien jaar later werd ze toegelaten aan de Fontys Hogeschool voor de Journalistiek in Tilburg. In 2008 verscheen haar eerste roman De Importbruid.

Ook Sevtap Baycili kwam in 1991 naar Nederland, maar had toen al filosfie gestudeerd in Istanbul. Baycili debuteerde als romanschrijver met De Markov-keten. Verder verscheen van haar in 1999 de satire De nachtmerrie van de allochtoon. Hierin wordt op vermakelijke wijze beschreven hoe autochtone en allochtone Nederlanders met elkaar omgaan.

Ebru Umar is de enige van het viertal die in Nederland is geboren, maar komt nog met regelmaat in  Turkije. Ze schreef erover in de reisverhalen Turkse Verleidingen. In  Burka en blahniks schrijft ze  – als columniste voor o.a. Opzij en op de website van Theo van Gogh – vlijmscherp over alles en iedereen die op haar pad komt.

Korte film over hiphop in Istanbul. Tevens vertoont Mondiaal Literair fragmenten uit de documentaire film Crossing the bridge van Fatih Akin over rapper Ceza.

 

 

 

28 april 2010: Zuid Afrika – O Snotverdriet

Met het WK voetbal in juni  op komst, richt Mondiaal Literair zich dit keer op Zuid-Afrika. Te gast zijn Annemarié van Niekerk, Gawie Keyser en Richard de Nooy.

De titel van de avond is ontleend aan de in het Afrikaans geschreven dichtbundel van Vernie February, die in 1963 als Zuid-Afrikaans balling naar Nederland kwam en hier decennialang streed tegen apartheid en de gevolgen daarvan. Hij zal in Mondiaal Literair op beeldscherm te zien en te beluisteren zijn.

Annemarié van Niekerk studeerde letteren aan de Universiteit van Witwatersrand. Ze schrijft over literatuur in Trouw en is de samensteller van een gezaghebbende bundel met verhalen van een groot aantal vrouwelijke auteurs, onder wie Nadine Gordimer, Doris Lessing, Bessie Head en Miriam Tlali. Helaas kon Annemarié van Niekerk niet komen.

Peter de Rijk toonde een opname van zijn interview, twee weken geleden, met Breyten Breytenbach.

Gawie Keyser schrijft over film en populaire cultuur in De Groene Amsterdammer en maakte naam met de roman De donkere kant van de straat over het opgroeien in het Zuid-Afrika van de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw: een gewelddadige tijd in een gewelddadig land.

Richard de Nooy is de auteur van de roman Zes beetwonden en een tetanusprik. Rem woont in Johannesburg, deserteert uit het leger en vlucht naar zijn broer Ace die in Amsterdam woont. Speciaal voor  Mondiaal Literair wijdt hij een column aan het wereldkampioenschap voetbal.

COLUMN VAN RICHARD DE NOOY  

TJOKKIE

Ik zit vastgeklemd tussen jouw zadel en bagagedrager. Achter mij gaat de schapenschedel wild tekeer. Er zitten nog drie tanden in. De rest zijn er uitgebeukt tegen het stuur van je broertje. Het ijzerdraad loopt één oogkas in en de ander weer uit. Jouw idee – het ijzerdraad. Je broer kwam met een stuk touw aanzetten. “Da’s klote. Breekt zo af,” had je gezegd. De schedel was van je broer. Hij had hem als eerste gezien. De lul. Was ook altijd de snelste met Pasen. De Hell’s Angels hadden ook schedels onder de koplampen van hun choppers hangen. Maar die waren waarschijnlijk niet van schapen. Honden misschien. Mensen zelfs. Jullie hadden er foto’s van gezien. Best heftig. Maar een schapenschedel aan een fietsenstuur is ook behoorlijk groovy, man. Een heel apart geluid geeft dat – holle bot en tand op staal – luid gekletter, stuiterend over de zandweg naar het voetbalveld. Racend om Tjokkie te zien spelen.
Zijn team heet Roman Young Stars. Onthoud die naam. Jonge Sterren dachten jullie. Maar dat bleek een misverstand. Het waren Roman Youngsters. Romeinse Jongeren dus. Maar dan zwart. Ze hadden een officieel tenue. Paars en groen met witte broekjes. De sokken mochten ze zelf weten blijkbaar, want daar was hoegenaamd geen eenheid in te ontdekken.
De Romeinen liepen wild warm onder de drie eucalyptusbomen naast het veld. Het zal een graad of dertig zijn geweest. De tegenstander moest nog komen. Of niet. Dat zou nog blijken.
Tjokkies drie jongere broertjes zaten naast elkaar in het dorre gras. Het fijne stof van de zandweg kleefde aan hun blote voeten alsof ze korte beige sokjes aanhadden. Jullie begroetten elkaar zo koel mogelijk, alsof het doodnormaal was dat twee blanke tieners een all black voetbalwedstrijd bijwoonden.
“Waar is Tjokkie?” vroeg jij.
“Lange sokken halen,” antwoordde Ishmael, het middelste jongere broertje.
“Waar dan?”
“Aloe Ridge.”
“Fok, dis ver. Wanneer begint het?” vroeg jij.
“Als de vijand er is,” zei Pule, het oudste jongere broertje.
“Balletje trappen?” vroeg jij.
“Is goed,” zeiden Tjokkies broertjes in koor en gingen staan.
“Jij niet,” zei Pule tegen Stanley, het jongste jongere broertje. “Ga zitten. En niet huilen. Je loopt alleen maar in de weg.”
“Ach man, laat dat kind toch meedoen,” zei jij.
“Oké,” zei Pule. “Het is jouw bal.”

Dat was waar. Ik was van jou. Maar jij was niet mijn meester. Want dat was Tjokkie. Jij en jouw broertje konden er ook wat van hoor, maar er zat geen noodzaak in jullie spel, geen passie, geen drive. Bovendien speelde Tjokkie meestal op blote voeten, waardoor ik hem veel beter kon aanvoelen, makkelijker kon plakken aan zijn wreef, duidelijker richting kon kiezen, prettiger gestreeld, gedribbeld en geschoten kon worden. Ik wist wat hij wilde, voelde hoe hij zijn dromen en ambities op mij overbracht, telkens zijn techniek perfectionerend zodat hij klaar zou zijn als de scout van de Kaiser Chiefs, Moroka Swallows of Orlando Pirates naast het veld zou staan.
“Hij rijdt in een rode Landrover,” had Tjokkie jullie verteld.
“Dis kak man! Hoe weet jij dat nou?” vroeg jij.
“Op de radio gehoord,” zei Tjokkie.
“Ja hoor. Maar die komt toch never-nooit hierheen!”
“De coach heeft het gezegd.”
“Wat heeft-ie dan gezegd?”
“Dat de scout ook bij de Young Stars komt kijken.”
“Ach, bullshit man! Jullie stellen toch helemaal niks voor?”
“Hau,” zei Tjokkie verontwaardigd. “Kom eens kijken dan!”
“Waar dan? In de location zeker? Daar mogen wij toch niet heen?”
“Nee, niet in de location. Daar op het veld bij Aloe Ridge.”

En zo waren jullie terechtgekomen op het rechthoekige woestijntje met een paar verdwaalde graspollen, waar de lijnen met een wankele stok in het stof waren getrokken en de doelpalen bestonden uit ruwe boomstammen die met lange spijkers aan elkaar geramd waren. De roestige punten staken eruit.
Er ontstond lichte paniek. De tegenstander kwam aanzetten in een taxibusje. Meyerton United – 13 spelers, een coach, en twee verzorgers die later dronken bleken te zijn.
De scheidsrechter was er ook al. Een korte, dikke man die zijn hele lichaam met vaseline leek te hebben ingesmeerd. Zijn ebbenhuid glom in de zon. Hij had blijkbaar zijn zwarte pakje op zijn twaalfde aangetrokken en daarna nooit meer uitgedaan. Maar toch straalde hij een onmiskenbaar overwicht uit. Hij blies hard op zijn fluitje en wuifde hautain de smeekbede van Meyerton United om warm te mogen lopen weg.
Ook de coach van de Roman Youngsters vroeg enig respijt omdat zijn sterspeler er nog niet was. Dat was Tjokkie. Na spoedoverleg stapten jullie beiden op de fiets, met Ishmael achterop om de weg te wijzen. Jullie trapten als bezetenen de heuvel op en waren net afgestapt om het laatste stukkie rennend af te leggen, toen Tjokkie over de horizon kwam aanzetten. Hij had jouw afgetrapte North Stars in één hand en een bolletje lange sokken in de ander. Zonder een woord te wisselen sprong hij bij jou achterop en jullie vlogen met z’n vieren de lange heuvel af, alsof jullie de laatste drie tanden uit de schapenschedel wilden raggen.
Hijgend aangekomen bij het veld, bleek de wedstrijd nog niet begonnen. Sterker nog, er werd op jullie gewacht. Er waren drie andere ballen maar die bleken allemaal te zacht. De teleurstelling onder de spelers was groot toen ze hoorden dat jullie geen fietspomp bij jullie hadden. Maar er gloorde al snel weer hoop toen ze mij in de smiezen kregen.
“Mogen wij uw bal misschien lenen, kleinbaas?” vroeg de scheidsrechter.
“Ja hoor. Maar we moeten om vijf uur thuis zijn,” zei jij en overhandigde de bal.
“Baie dankie, kleinbaas!” riepen de mannen in koor.

Binnen vijf minuten werd de wedstrijd aan het zicht onttrokken door een dichte stofwolk. Dit kwam het spelbeeld niet ten goede. Ik werd blind alle kanten opgerost en zocht steeds de bekende voeten van de Meester. En ineens was hij daar. Soepel werd ik aangenomen, over een woeste sliding heen gewipt, tussen benen door gestreeld, totdat de verlossende wreef tegen mijn ventiel knalde en ik zuiver werd gelanceerd. Na een heerlijke vlucht stuiterde ik via de onderkant van de lat in het doel en rolde voldaan het lange gras in. Tjokkie werd uitbundig gekust door zijn medespelers en zou binnen tien minuten nóg drie keer scoren. Tegen die tijd hadden de mannen van Meyerton United genoeg gezien. Ergens in het donkerste hart van de stofwolk werd De Meester genadeloos onderuit geschoffeld. Er ontstond een woordenwisseling en toen een opstootje en vervolgens een knokpartij, begeleid door het schrille fluitje van de scheidrechter, die als een dolle trein heen en weer denderde in de stofwolk en zich steeds tussen vechtende spelers wierp.
Ik heb het einde van dit tragische schouwspel niet van dichtbij meegemaakt omdat ik werd weggepoeierd door een boze voet, waardoor ik plotseling in de heldere lucht boven de stofwolk hing. Heel even genoot ik roerloos van het onverwachte overzicht voordat ik de zwaartekracht weer voelde zuigen.
Ik stuiterde maar één keer voordat jij mij opving. Vol verbijstering stonden jullie te kijken hoe de stofwolk zich als een wervelwind fluitend over het veld bewoog. Het was bijna niet te volgen door de lage zon.
Verschrikt keek je op je horloge. Het was kwart voor vijf! Je liet de tijd aan je broertje zien. Hij begreep het meteen. Samen renden jullie naar de fietsen. Ruw werd ik weer vastgeklemd tussen zadel en bagagedrager. Binnen enkele seconden begon de schapenschedel weer te kletteren als castagnetten. Staand op de pedalen, laag hangend over het stuur raceten jullie naar huis, ogen dichtgeknepen door het stof en de ondergaande zon, verblind door de nood om zo spoedig mogelijk thuis te zijn.
Daardoor zag alleen ik de auto die jullie tegemoet kwam en passeerde. Hij reed twijfelend, zoekend over de zandweg. Een rode Landrover.

 

 

 

Azie festival: 26 mei 2010: India

Presentator Peter de Rijk gaat in gesprek met Amal Chatterjee en met Indiagangers Anil Ramdas en Hans Plomp over de vele gezichten van dit immense continent. Zoals gebruikelijk wordt de talkshow halverwege onderbroken door een kort filmisch of muzikaal intermezo.

Amal Chatterjee debuteerde met de roman Across the Lakes die zich afspeelt in Calcutta en waarmee hij genomineerd werd voor de Indiase Crossword Book Award. Verder is hij o.a de auteur van de belangwekkende studie Representations of India. Hij schrijft over Brits-Indiase en Pakistaanse literatuur in Trouw en werkt momenteel aan zijn nieuwe roman Nirvanas.

Anil Ramdas was jarenlang correspondent van NRC/Handelsblad in India. Over India publiceerde hij onder andere Zonder liefde valt best te leven, Indiaas dagboek. Hij zal deze avond onder meer het fenomeen Bollywood belichten.

Van Hans Plomp verscheen afgelopen najaar het geprezen boek India – heilig en hels. Hij maakte talloze reizen door dit land vol pracht en gruwel, heiligen en demonen, adembenemende avonturen en weerzinwekkend onrecht, en komt daarover verhalen.

Vertoning van de zojuist voltooide korte videofilm ‘Ithaka’ (8 minuten) van beeldend kunstenaars Suzanne de Wit & Jules Kockelkoren. De poëtische film gaat over  de terugkeer vanuit India naar Haarlem en over het verlangen om terug te keren naar India vanuit Haarlem en is gebaseerd op het bekende gedicht ‘Ithaka’ van K.P. Kavafis uit 1910.

Azië festival: 27 mei 2010: Mea Memoria – Mala Kishoendajal

THEATERSTUK MEA MEMORIA

EEN ODE AAN DE EERSTE INDIASE NOBELPRIJSWINNAAR RABINDRANATH TAGORE

DOOR MALA KISHOENDAJAL

De Indiase schrijver Rabindranath Tagore werd geboren in 1861 in Calcutta en groeide op in een periode, dat India een Engelse kolonie was. Hij zette zich zeer in om een einde te maken aan de Engelse overheersing, vooral nadat hij in 1913 de Nobelprijs voor de Literatuur had gekregen. Rabindranath Tagore stierf in 1942.

Mea Memoria, ofwel ‘Voor zover ik mij herinner’, is een bewerking (monoloog) van de short story Het Skelet van Rabindranath Tagore. Hoewel een personage, de jongen die door de geest wordt bezocht, is ‘weg geretoucheerd’ is de rode draad intact gebleven, en zijn diverse passages zelfs letterlijk aangehouden, om de Indiase tijdssfeer die Tagore schetste, weer te kunnen geven.
De geest van een vrouw vertelt over haar zogenaamde geluk in een leven, waarin zij zichzelf verbeeldde een zeldzame schoonheid te bezitten. Alle mannen die zij uitnodigde op de denkbeeldige tuinfeesten in het teruggetrokken bestaan, dat zij noodgedwongen leidde met haar broer, waren verliefd op haar. Zij was gelukkig in die perfecte fantasiewereld, totdat een man van vlees en bloed zijn opwachting maakte. Haar verbeelding, waarin nu de man van haar dromen de hoofdrol speelde, kende geen grenzen….totdat de man met verpletterend nieuws kwam. Het bracht haar tot een daad met gevolgen voor niet alleen zichzelf, maar vooral ook hem die zij begeerde.

Met Het Skelet schreef Tagore een tijdloos stuk over eenzaamheid en onmacht, en het gevaar van zelfdoding, wanneer men de grip op het leven verliest.

Mala Kishoendajal heeft dit verhaal sinds 1998 in diverse toneelversies en voor uiteenlopende publieksgroepen gespeeld, o.a. in Literair Theater Branoul en in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag.

Op 27 mei brengt zij in het kader van het Azië Festival in het MCH opnieuw een verrassende bewerking.
Zij wordt muzikaal begeleid door de Haagse harpiste (Conservatorium Den Haag en Utrecht) Wendy Rijken.

Klik hier voor informatie over Tagore op wikipedia. Voor de website van Mala Kishoendajal klik hier. Mala bij Uitgeverij in de Knipscheer, klik hier. Klik hier voor de website van Caribische Letteren, waar u ook informatie over de avond kunt vinden.

Madness & Arts Festival: 22 september 2010: Waanzinnen

Met deze parafrasering van Jeroen Brouwers’ beroemde ‘Zachtjes knetteren de letteren’ haakt Mondiaal Literair in op het Madness & Art-festival dat het Haarlemse Dolhuys (nationaal museum van de psychiatrie) houdt van 24 september t/m 3 oktober 2010.

Suzanne Binnemans (België) is onder meer auteur van Hemel en hel (uit: Scheidslijnen) dat in de pers vergeleken werd met Dagboek van een gek van Gogol (NRC) en met het beroemde verhaal van Dr. Jeckill and Mister Hyde.  Vormen van gekte spelen evenzeer een rol in haar andere romans Vertrekken en – recentelijk – Prooi.

Nico Keuning maakte naam met zijn biografie Angst voor de winter over de dichter en schrijver (Keefman) Jan Arends [1925 – 1974]. Diens levensangst zou in 1974 eindigen met een zelfmoord op 49-jarige leeftijd.

Michiel van Kempen (prof. dr. M.H.G.) is bijzonder hoogleraar West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam  en is ook literair auteur van romans en verhalen.  Zijn roman Plantage lankmoedigheid werd bij verschijnen door de Standaard der Letteren tot de mooiste boeken van dat jaar gekozen als een ‘knap, humoristisch, mooi-geconstrueerd en intelligent debuut’. Vanavond gaat het vanzelfsprekend over ‘gekte in de Caraïbische letteren’.

Halverwege het programma vindt de voorpremière plaats van Witte dieren, een  korte film van acht minuten van Marius Bruijn naar het gelijknamige verhaal van Jan Arends. Aansluitend op de vertoning wordt Marius Bruijn kort geïnterviewd door Peter de Rijk.

27 oktober 2010: Eilandgevoel

Het Koninkrijk der Nederlanden is vanaf 10-10-10 ‘vernieuwd’: Sint Maarten en Curaçao zijn zoals Aruba al eerder was, ‘landen’ geworden binnen het koninkrijk, en Bonaire, Sint Eustatius en Saba ’openbare lichamen’ van Nederland. De Antillen mogen dan als staatsvorm ontmanteld zijn, eilanden zijn ze alle zes gebleven, Nederlandse eilanden ook, samen met de zes Waddeneilanden. Dit wordt gevierd met de presentatie van de bloemlezing Vaar naar de vuurtoren, waarin dichters hun liefde voor de twaalf eilanden met ruim honderd gedichten in het zoeklicht zetten. Peter de Rijk gaat in gesprek over eilandpoëzie en het eilandgevoel met:

Klaas de Groot, neerlandicus uit Haarlem, samensteller van de bloemlezing; hij werkte jarenlang als docent Nederlands zowel op Aruba als op Curaçao. Beschouwend werk van hem is onder meer opgenomen in het essayboek Drie Curaçaose Schrijvers in veelvoud. Recent schreef hij over Terschelling in het Hermans-magazine. Hij is de ontdekker van ongepubliceerd werk van dichter Aletta Beaujon dat mede onder zijn redactie uitkwam in haar verzameld werk De schoonheid van Blauw / The Beauty of Blue.

John Jansen van Galen, journalist, schrijver van het Voorwoord in Vaar naar de vuurtoren. Hij publiceert regelmatig over de dekolonisatieprocessen in Suriname en de Nederlandse Antillen en is daarnaast een van de presentatoren van Met het oog op morgen, samensteller van de gelijknamige poëziebloemlezing en schrijver van o.a. Wandelen op de Wadden en Het eilandgevoel.

Antoine de Kom, kleinzoon van de befaamde Surinaamse nationalist Anton de Kom, behalve medicus en psychiater ook dichter. De titels van zijn bundels Tropen, De kilte in Brasilia, Zebrahoeven en Chocoladetranen maken duidelijk dat hij zich vooral manifesteert als een Caraïbisch dichter. Vanzelfsprekend is een gedicht van hem opgenomen in Vaar naar de vuurtoren.

Helaas heeft Antoine de Kom vanwege een belangrijke verplichting moeten afzeggen.

Andries van der Wal, dichter in de bundel en met Flamboyant/P eind jaren zeventig van de vorige eeuw uitgever van het eerste uur van Caribische
literatuur, neemt zijn plaats in als te interviewen gast.

Poëzie-estafette. Een aantal gebloemleesde dichters leest haar of zijn gedicht uit Vaar naar de vuurtoren.

Giselle Ecury over het gedicht Herinnering van Nydia Ecury In de bloemlezing Vaar naar de vuurtoren (november 2010) is in de afdeling Aruba zowel een gedicht opgenomen van Giselle Ecury als van haar tante Nydia Ecury. Bij gelegenheid van de Haarlemse presentatie van deze bundel in ‘Mondiaal Literair’ sprak Tico Vos van Nosteve over Nydia Ecury’s gedicht Rekuerdo/Herinnering met Giselle Ecury. In het interview vertelt Giselle Ecury ook over haar grootouderlijk huis op Aruba.

Klik hier om het gesprek met Giselle Ecury te zien op youtube en hier bij Nosteve.

24 november 2010: Rusland, buurland

Russische literatuur, ook de moderne,  neemt een grote plaats in de in het Nederlands vertaalde literatuur. De Russische Bibliotheek van Uitgeverij van Oorschot en ook het fonds van Uitgeverij Pegasus spelen daarin van oudsher een belangrijke rol.

Deze avond, met medewerking van Platform Spartak, komen middels gesprekken met wetenschappers en vertalers tal van moderne Russische schrijvers aan bod, van de romanschrijfster Oksana Zaboezjko  (Veldonderzoek naar Oekraïense seks), tot de controversiële schrijver Vladimir Sorokin met de roman IJs.

Madeleine Mes, is medesamensteller van de onlangs verschenen grote bundel Moderne Russische verhalen en vertaalde werk van onder anderen Irina Denezjkina, Oksana Robski en Joeri Olesja.  Moderne Russische verhalen geeft in vijfenveertig verhalen een fascinerend overzicht van de Russische literatuur van ongeveer 1925 tot de dag van vandaag.

Boris Noordenbos, sinds 2007 promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij schrijft een proefschrift over de rol van literatuur in het debat over Ruslands ‘nationale identiteit’ na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en houdt zich bezig met het werk van populaire postmodernisten als Vladimir Sorokin en Viktor Pelevin. Verder organiseert hij momenteel de conferentie Beyond Aftermaths. Hij zal onder andere deze video van commentaar voorzien.

Marc Hannemann, hij studeerde Geschiedenis en Russisch in Groningen en Moskou. Samen met twee andere jonge historici publiceerde hij in 2007 en 2008 een boeiende reeks artikelen (en video’s verschenen als de Grenspaal-serie op de website van de NRC) over hun zoektocht naar de oostgrens van Europa, dat later als Vals Plat in de Oeral ook in boekvorm verscheen.

De gesprekken worden afgewisseld met een filmfragment uit de film четыре (‘Vier’) waarvan het script is geschreven door Vladimir Sorokin, en met een Grenspaal-video van Hannemann.

In de Knipscheer Uitgeverij